Dit artikel verscheen in verkorte vorm in GM2 van winter 2003.
Wie een oud huis koopt heeft vaak de hoop ergens in dat huis nog sporen van bewoners uit het verleden te vinden, maar de meeste oude huizen bevatten die niet meer.
Toen onlangs een pand aan
de Springweg in Utrecht weer voor bewoning geschikt gemaakt werd, waren er in dat huis ook
maar twee sporen uit het verleden te
vinden. Een gevelsteen en een stukje behang van een halve
vierkante meter onder een raam.
Toch bleek dat hoekje behang interessanter dan het aanvankelijk leek, want als
onderbehang was een aantal handgeschreven papieren
gebruikt. Na wat losweken in een afwasteiltje en
enig puzzel- en peuterwerk kwam dit tevoorschijn: een
stuk van een dagvaarding voor een rechtszaak tussen een huisbaas en
een huurder in 1876, een bijna intact huurcontract van een kroeg, een
deel van een dagvaarding voor een strafzaak wegens heling en
een paar snippers uit een register van een lommerd.
Wat kunnen deze papieren ons nu vertellen over het verleden
van het pand en zijn bewoners?
We hebben in ieder geval drie sporen waarmee we het archief in kunnen. Ten
eerste is er de tekst van de gevelsteen van het huis. Ten tweede zijn er de namen van
verhuurder en huurder uit het huurcontract. En ten derde weten we
dat er een lommerd en een kroeg in het spel waren.
Verder willen we natuurlijk weten of de papieren bij het pand
horen waar ze gevonden zijn, of dat iemand zomaar wat oud papier van een ander bij elkaar geplakt
heeft.